De gevolgen van het regeerakkoord 2017 voor het arbeidsrecht

Door de invoering van de WWZ in 2015 is het arbeidsrecht ingrijpend veranderd. In het regeerakkoord dat het kabinet eerder bekend heeft gemaakt, staan opnieuw plannen om het arbeidsrecht te wijzigen. Indien deze plannen worden geëffectueerd, heeft dat de volgende gevolgen voor het arbeidsrecht.


Loondoorbetalingsverplichting bij ziekte

De loondoorbetalingsperiode tijdens ziekte voor kleine werkgevers (tot 25 werknemers) wordt verkort van 2 naar 1 jaar.


Ontslagrecht

• Nu moet de werkgever nog één van de limitatief in de wet opgesomde ontslaggronden kiezen. Het is nu niet mogelijk om een “cocktail” van ontslaggronden ten grondslag te leggen aan een ontbindingsverzoek. Als gevolg daarvan worden werkgevers in de praktijk geconfronteerd met situaties waarin op basis van elk van de afzonderlijke bestaande ontslaggronden onvoldoende wettelijke basis is voor ontslag van een werknemer (ontbinding van de arbeidsovereenkomst), maar waar wel bij meerdere gronden gedeeltelijk sprake is van problemen (bijvoorbeeld verwijtbaar handelen gecombineerd met disfunctioneren en een verstoorde arbeidsrelatie). Het kabinet vindt dat het in die gevallen mogelijk moet zijn om omstandigheden en ontslaggronden te combineren en de rechter te laten toetsen of een ontslag redelijk is.


• Hier staat voor de werknemer tegenover dat de rechter een aanvullende vergoeding kan toewijzen van maximaal de helft van de transitievergoeding, bovenop de al bestaande transitievergoeding.


• Werknemers krijgen vanaf het begin van hun arbeidsovereenkomst recht op een transitievergoeding in plaats van pas na twee jaar.


• De transitievergoeding zal voor elk jaar dat de werknemer in dienst is een derde maandsalaris bedragen, ook voor een dienstverband van meer dan 10 jaar. De overgangsregeling voor 50-plussers blijft bestaan.


• De mogelijkheid om scholingskosten in mindering te brengen op de transitievergoeding wordt ruimer.


• Werkgevers worden gecompenseerd voor de transitievergoeding die is verschuldigd bij ontslag van een werknemer wegens langdurige arbeidsongeschiktheid. Bij ontslag om bedrijfseconomische redenen hoeft geen transitievergoeding te worden uitgekeerd als een cao-regeling van toepassing is. Bovendien worden de criteria voor de overbruggingsregeling transitievergoeding voor kleine werkgevers ruimer en wordt het daarmee eenvoudiger om hiervoor in aanmerking te komen. Ook zal het kabinet met compensatievoorstellen komen voor de betaling van de transitievergoeding wanneer een werkgever zijn bedrijf beëindigt wegens pensionering of ziekte.


Proeftijd

De proeftijdregeling wordt uitgebreid. Bij een eerste arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd wordt de maximaal toegestane proeftijd verruimd naar vijf maanden. De maximum proeftijd voor arbeidsovereenkomsten van meer dan twee jaar wordt drie maanden.


Payrolling

Payrolling blijft mogelijk, maar met het doel om “werkgevers te ontzorgen” en niet om op arbeidsvoorwaarden te concurreren. Het kabinet komt met een wetsvoorstel waarin:


- het soepeler arbeidsrechtelijk regime van de uitzendovereenkomst buiten toepassing wordt verklaard;


- werknemers voor wat betreft (primaire en secundaire) arbeidsvoorwaarden ten minste gelijk moeten worden behandeld met werknemers bij de inlener;


- en de definitie van de uitzendovereenkomst hetzelfde blijft.


Nulurencontracten

Het kabinet wil voorkomen dat werknemers met nulurencontracten zich permanent beschikbaar houden, terwijl de aard van de werkzaamheden dat niet vereist. In sommige sectoren zijn hier goede afspraken over gemaakt, maar in andere niet. Als gevolg daarvan kan onnodige beschikbaarheid ook ten koste gaan van de mogelijkheden van werkenden om bijvoorbeeld andere (deeltijd)banen te aanvaarden. Daarom wordt vastgelegd dat in deze situaties de werknemer (binnen een bepaalde termijn) niet gehouden is gehoor te geven aan een oproep, of dat de werknemer bij een afzegging aanspraak kan maken op loon.


Werken zzp-er

• De Wet DBA wordt vervangen door een nieuwe wet die aan de ene kant echte zelfstandigen zekerheid moet bieden dat geen sprake is van een dienstverband en aan de andere kant schijnzelfstandigheid moet voorkomen.


• Voor zzp'ers wordt vastgelegd dat altijd sprake is van een arbeidsovereenkomst bij een “laag tarief” in combinatie met een langere duur van de overeenkomst of een laag tarief in combinatie met het verrichten van reguliere bedrijfsactiviteiten.


• Daarnaast komt er een “hoog tarief”. Bij dit hoge tarief wordt voor zelfstandig ondernemers een zogeheten ‘opt-out’ voor de loonbelasting en werknemersverzekeringen ingevoerd. Deze ‘opt-out’ geldt in combinatie met een kortere duur van een overeenkomst (korter dan een jaar) of in combinatie met het niet verrichten van reguliere bedrijfsactiviteiten.


• Ook zal de regering onderzoeken hoe kan worden bewerkstelligd dat meer zelfstandigen zich verzekeren voor arbeidsongeschiktheid. Het kabinet zal in gesprek gaan met de verzekeraars om een beter verzekeringsaanbod te stimuleren.


Partnerverlof na geboorte

• Het kabinet wenst het (niet-overdraagbare) kraamverlof voor partners aanzienlijk te verlengen.


• Nu hebben partners na de geboorte recht op twee dagen verlof, dat binnen vier weken dient worden opgenomen, en op volledige doorbetaling van loon. Per 1 januari 2019 wordt dit verlengd naar vijf dagen.


• Bovendien krijgen partners recht op aanvullend kraamverlof van vijf weken per 1 juli 2020. Tijdens het verlof ontvangt de werknemer een uitkering van het UWV.


We houden u op de hoogte van verdere ontwikkelingen betreffende de plannen van de regering op het gebied van het arbeidsrecht.

Terug naar overzicht